Spaans, 'de andere wereldtaal'

Het Spaans is een van de snelst groeiende talen en wordt nu al door bijna 450 miljoen mensen gesproken.

Spanje is een van de grootste landen van de EU. Qua oppervlakte is het zelfs het op-één-na-grootste (Frankrijk staat op de eerste plaats). Alleen Frankrijk, Duitsland, Italië en Groot-Brittannië hebben meer inwoners.

Spaans is de officiële taal van maar liefst zeventien landen ten zuiden van de Verenigde Staten. Voor deze belangrijkste taal van Latijns Amerika en Zuidwest Europa wordt naast de naam español ook vaak de aanduiding castellano (Castiliaans) gebruikt. In Spanje zelf worden naast dit Castiliaans ook nog de volgende talen gesproken: het aan het Portugees verwante Galicisch, het Catalaans en het volstrekt niet met het Spaans verwante Baskisch.

Ook binnen de Verenigde Staten is het Spaans sterk in opkomst. Steden als Los Angeles, New York en Miami zijn in feite tweetalig.

De laatste Moren werden pas in 1492 uit Spanje verdreven (toevallig ook het jaar waarin Columbus Amerika ontdekte). Het eeuwenlange contact met hun taal verklaart het grote aantal woorden van Arabische oorsprong in het moderne Spaans: naranja, limón, zanahorias, hasta, izquierda ... En ook: alcalde, almirante, alcázar, aldea, alcohol, azul, aceite, alfalfa, ajedrez ... De reden voor al die ALs en A's is dat de Spanjaarden die woorden destijds overnamen in het Spaans, mét het Arabische lidwoord 'AL', en dat zij er dan vrolijk nog eens hun eigen lidwoord EL vóórzetten (el alcohol).

Het Spaans kent een bijna perfecte congruentie tussen spelling en uitspraak. Vergeleken bij talen als Frans en Engels is dat in ieder geval één lastige hindernis minder voor wie de taal wil leren spreken, lezen en schrijven! Zo hoef je je in het Spaans nooit af te vragen of je een dubbele of een enkele medeklinker moet schrijven; met uitzondering van de dubbele L, die als aparte letter geldt, komen dubbele medeklinkers niet voor, evenmin als dubbele klinkers trouwens. Handig om te weten …

Spaans is bovendien een bijzonder compacte taal. Eén van de redenen hiervoor is dat het minder dan veel andere talen gebruik hoeft te maken van de onderwerpsvorm van persoonlijke voornaamwoorden (ik, jij, hij, zij, wij enz.). De uitgang van het werkwoord geeft namelijk al aan wie iets doet: vengo (ik kom), compras (jij koopt), vive (hij woont), tenemos (wij hebben) enz.



Spaans leert u bij TAALTRAINING.NL

Een levende en levendige taal als het Spaans leert u niet uit een boekje of met een CD of op de computer, althans niet alléén. Het Spaanse team van TAALTRAINING.NL staat 52 weken per jaar voor u klaar.

Wordt het uw eerste kennismaking? Des te beter, want onze aanpak en de ervaring van onze trainers garanderen een solide taalbasis. Bent u al bekend met het Spaans maar wilt u uw taalvaardigheid op een natuurlijke, aangename en natuurlijk vooral effectieve manier vergroten? Ook dan bent u bij ons aan het goede adres. Onze trainers hebben in de loop der jaren al heel wat mensen geholpen bij hun activiteiten in en hun contacten met de Spaanstalige wereld.